|

p.a. Lansinkesweg 75
7553 AE Hengelo
074-2557321 |
|
|
Ruimte voor leren en werken
In het moderne onderwijs is steeds meer sprake van werkend leren. Op de
werkplekken wordt ook geleerd en op de leerplekken ook wordt gewerkt. Daarmee
verdwijnt het onderscheid tussen werk- en leerplekken. Dat stelt andere eisen
aan de inrichting van de ruimte.
Een onderwijsomgeving moet in de eerste plaats inspirerend zijn. Wanneer er een
ruimtelijke relatie is op veel verschillende momenten tussen de praktijkplekken
en de ‘echte’ leerplekken of de groepsruimten voor studie, dan is zowel werken
als leren mogelijk zonder dat daar grote verschillen tussen lijken te bestaan.
Vaak zal het nog beter zijn om leerplekken te maken waarbij de praktijk- en
theoretische leeromgeving in één ruimte worden ondergebracht. Er ontstaan dan
ruimteclusters die een eigen identiteit kennen, en de studenten een herkenbare
leeromgeving bieden. Er kunnen dan ‘huiskamers’ ontstaan die vaste
herkenningspunten bieden in vaak grotere gebouwen waardoor leerlingen en
studenten zich thuis kunnen voelen. Daar raken we de kern van het moderne vmbo.
Doordat theorie- en praktijkonderwijs in dezelfde of in de nabijheid gelegen
ruimte kan plaatsvinden, zijn er meer mogelijkheden de aandacht van de
leerlingen constant vast te houden. Er kunnen dan verblijfsgebieden gemaakt
worden waar leerlingen graag zijn en dan ook beter leren.
Maar het allerbelangrijkst is misschien wel gewoon het maken van mooie prettige
ruimten die het tot een genoegen maken om een belangrijke tijd van je leven door
te brengen.
Winkelcentrum
Het is mogelijk om een school als een soort winkelcentrum voor leermogelijkheden
vorm te geven. Het aanbod moet goed zichtbaar zijn, verschillende gebieden en
vakken in het complex zullen elkaar beïnvloeden doordat ze strategisch in
elkaars nabijheid zijn gelegen. Maar het allerbelangrijkst is misschien wel
gewoon het maken van mooie prettige ruimten die het tot een genoegen maken om
een belangrijke tijd van je leven door te brengen. De architect kan werken met
licht, ruimte, beslotenheid, geborgenheid, openbaarheid en met mooie en prettige
materialen die aansprekend zijn voor leerlingen en studenten. De architect kan
de gemeenschappelijke ruimten maken tot bijzondere ruimten. Dat zijn de plekken
waar ze belangrijke dingen voor het eerst beleven; die plekken kunnen we
spraakmakend maken, in het gebouw en daardoor in hun leven.
Eros en Oceanos
Pjotr Gongrijp, doceerde in de jaren tachtig in Delft het streven naar een
heldere ordening van verblijfsruimten met een specifiek karakter. De plek waar
een onwennige jonge student in zijn eentje zit te studeren vraagt andere
ruimtekwaliteiten dan de ontmoetingsplek van geëmancipeerde adolescenten aan het
eind van hun puberteit. Sterk vereenvoudigd spreekt hij van het streven naar een
balans tussen Eros en Oceanos. Hier staat de beschrijving Eros voor de optimale
geborgenheid en Oceanos voor de royale open ontmoetingsruimte waar je wordt
gezien en gezien wilt worden. Een goed gebouw kent een mooie verhouding tussen
ruimten waaraan deze kwaliteiten kunnen worden toegedicht.
Andere erotische kwaliteiten van de architectuur blijken uit het aantal dates
dat kennelijk door de studenten ‘gescoord’ wordt op dit grensvlak van
bibliotheek en ontmoetingshal.
Voor de Saxion Hogeschool IJselland in Enschede hebben we een open leercentrum
annex bibliotheek ontworpen waar de studenten aan grote leestafels gezamenlijk
zitten, maar alleen studeren. Deze tafels zijn zo gepositioneerd dat men zittend
achter een boek een goed beeld heeft van de voorbijgangers, die aan de andere
zijde van de glaswand die bibliotheek en hoofdverkeersroute scheidt, voorbij
wandelen. Ook heeft men vanachter die leestafel een goede blik op de grote vide
in het hart van het gebouw. De leesplek aan de tafel voldoet aan alle criteria
van de ‘Eros’-connotatie van Gongrijp en de ontmoetingstrap in de vide heeft
grote ‘Oceanische’ kwaliteiten. In een interview gaf een student aan dat die
tafel haar favoriete plek in het gebouw was; ze deed al na een paar minuten haar
schoenen uit en zat behaaglijk te studeren. Andere erotische kwaliteiten van de
architectuur blijken uit het aantal dates dat kennelijk door de studenten
‘gescoord’ wordt op dit grensvlak van bibliotheek en ontmoetingshal.
Geborgenheid
Het motto is transparantie met genoeg plekken voor geborgenheid. Voor de
architectonische vormgeving van schoolgebouwen is geen vaste leidraad te geven.
Vaak worden de mogelijkheden en uitdagingen bepaald door situatie, schaalgrootte
en met name de visie van de opdrachtgever. Architecten zijn tot de grootste
prestaties in staat wanneer er een intelligente dialoog tot stand komt tussen
opdrachtgever en architect. Wanneer er sprake is van openheid, vertrouwen en een
gezamenlijk opgebouwd referentiekader, dan is een grote sprong voorwaarts
mogelijk. Dan durft de opdrachtgever nieuwe wegen in te slaan en de architect
het geëffende pad te verlaten en nieuwe voorstellen in te brengen. De beste
ontwerpen zijn de sublimatie van datgene dat de opdrachtgever in zijn hoofd had.
De architect is dan in staat geweest onverwachte elementen uit de ideeën van de
opdrachtgever te halen en er zijn eigen aan toe te toevoegen.
uit: www.i-aa.nl
|
|
|