Laatste wijziging: 15-02-08

   


p.a. Lansinkesweg 75
7553 AE Hengelo
074-2557321

 

  Ruimte voor leren en werken

In het moderne onderwijs is steeds meer sprake van werkend leren. Op de werkplekken wordt ook geleerd en op de leerplekken ook wordt gewerkt. Daarmee verdwijnt het onderscheid tussen werk- en leerplekken. Dat stelt andere eisen aan de inrichting van de ruimte.

Een onderwijsomgeving moet in de eerste plaats inspirerend zijn. Wanneer er een ruimtelijke relatie is op veel verschillende momenten tussen de praktijkplekken en de ‘echte’ leerplekken of de groepsruimten voor studie, dan is zowel werken als leren mogelijk zonder dat daar grote verschillen tussen lijken te bestaan. Vaak zal het nog beter zijn om leerplekken te maken waarbij de praktijk- en theoretische leeromgeving in één ruimte worden ondergebracht. Er ontstaan dan ruimteclusters die een eigen identiteit kennen, en de studenten een herkenbare leeromgeving bieden. Er kunnen dan ‘huiskamers’ ontstaan die vaste herkenningspunten bieden in vaak grotere gebouwen waardoor leerlingen en studenten zich thuis kunnen voelen. Daar raken we de kern van het moderne vmbo. Doordat theorie- en praktijkonderwijs in dezelfde of in de nabijheid gelegen ruimte kan plaatsvinden, zijn er meer mogelijkheden de aandacht van de leerlingen constant vast te houden. Er kunnen dan verblijfsgebieden gemaakt worden waar leerlingen graag zijn en dan ook beter leren.

Maar het allerbelangrijkst is misschien wel gewoon het maken van mooie prettige ruimten die het tot een genoegen maken om een belangrijke tijd van je leven door te brengen.

Winkelcentrum
Het is mogelijk om een school als een soort winkelcentrum voor leermogelijkheden vorm te geven. Het aanbod moet goed zichtbaar zijn, verschillende gebieden en vakken in het complex zullen elkaar beïnvloeden doordat ze strategisch in elkaars nabijheid zijn gelegen. Maar het allerbelangrijkst is misschien wel gewoon het maken van mooie prettige ruimten die het tot een genoegen maken om een belangrijke tijd van je leven door te brengen. De architect kan werken met licht, ruimte, beslotenheid, geborgenheid, openbaarheid en met mooie en prettige materialen die aansprekend zijn voor leerlingen en studenten. De architect kan de gemeenschappelijke ruimten maken tot bijzondere ruimten. Dat zijn de plekken waar ze belangrijke dingen voor het eerst beleven; die plekken kunnen we spraakmakend maken, in het gebouw en daardoor in hun leven.

Eros en Oceanos
Pjotr Gongrijp, doceerde in de jaren tachtig in Delft het streven naar een heldere ordening van verblijfsruimten met een specifiek karakter. De plek waar een onwennige jonge student in zijn eentje zit te studeren vraagt andere ruimtekwaliteiten dan de ontmoetingsplek van geëmancipeerde adolescenten aan het eind van hun puberteit. Sterk vereenvoudigd spreekt hij van het streven naar een balans tussen Eros en Oceanos. Hier staat de beschrijving Eros voor de optimale geborgenheid en Oceanos voor de royale open ontmoetingsruimte waar je wordt gezien en gezien wilt worden. Een goed gebouw kent een mooie verhouding tussen ruimten waaraan deze kwaliteiten kunnen worden toegedicht.

Andere erotische kwaliteiten van de architectuur blijken uit het aantal dates dat kennelijk door de studenten ‘gescoord’ wordt op dit grensvlak van bibliotheek en ontmoetingshal.

Voor de Saxion Hogeschool IJselland in Enschede hebben we een open leercentrum annex bibliotheek ontworpen waar de studenten aan grote leestafels gezamenlijk zitten, maar alleen studeren. Deze tafels zijn zo gepositioneerd dat men zittend achter een boek een goed beeld heeft van de voorbijgangers, die aan de andere zijde van de glaswand die bibliotheek en hoofdverkeersroute scheidt, voorbij wandelen. Ook heeft men vanachter die leestafel een goede blik op de grote vide in het hart van het gebouw. De leesplek aan de tafel voldoet aan alle criteria van de ‘Eros’-connotatie van Gongrijp en de ontmoetingstrap in de vide heeft grote ‘Oceanische’ kwaliteiten. In een interview gaf een student aan dat die tafel haar favoriete plek in het gebouw was; ze deed al na een paar minuten haar schoenen uit en zat behaaglijk te studeren. Andere erotische kwaliteiten van de architectuur blijken uit het aantal dates dat kennelijk door de studenten ‘gescoord’ wordt op dit grensvlak van bibliotheek en ontmoetingshal.

Geborgenheid
Het motto is transparantie met genoeg plekken voor geborgenheid. Voor de architectonische vormgeving van schoolgebouwen is geen vaste leidraad te geven. Vaak worden de mogelijkheden en uitdagingen bepaald door situatie, schaalgrootte en met name de visie van de opdrachtgever. Architecten zijn tot de grootste prestaties in staat wanneer er een intelligente dialoog tot stand komt tussen opdrachtgever en architect. Wanneer er sprake is van openheid, vertrouwen en een gezamenlijk opgebouwd referentiekader, dan is een grote sprong voorwaarts mogelijk. Dan durft de opdrachtgever nieuwe wegen in te slaan en de architect het geëffende pad te verlaten en nieuwe voorstellen in te brengen. De beste ontwerpen zijn de sublimatie van datgene dat de opdrachtgever in zijn hoofd had. De architect is dan in staat geweest onverwachte elementen uit de ideeën van de opdrachtgever te halen en er zijn eigen aan toe te toevoegen.

uit: www.i-aa.nl

 

 

Sitemap

Actueel
Bouwinformatie
Plannen / het ontwerp
Filosofie nieuwbouw
School en bedrijf bij elkaar
Historie / Industrieel Erfgoed
Samenwerking / de Bouwers
Rondleidingen
Maquette
Webcams
Fotoboeken

In de pers:

bezoek de website van
I-AA architecten

Opmerkingen, bijdragen, tips, klachten: welkom!
Webmaster